Wat maakt cosmeceuticals anders dan gewone cosmetica?

Wat maakt cosmeceuticals anders dan gewone cosmetica?

Cosmeceuticals zijn cosmeticaproducten met hogere concentraties werkzame ingrediënten die in het grijze gebied tussen cosmetica en geneesmiddelen vallen. Producten in deze categorie claimen vaak zowel een cosmetische (verzorgende) werking als een genezende werking. Voorbeelden hiervan zijn tandpasta's die ook fluoride bevatten, shampoos tegen roos en huidverzorgingsproducten die de huid niet alleen verzorgen maar ook verbeteren. Het label "cosmeceutical" geldt alleen voor producten die plaatselijk worden aangebracht, zoals crèmes, lotions en zalven en niet worden ingenomen (nutriceuticals). 

Werkzame stoffen in cosmetica

Cosmeceuticals omvatten een breed scala van producten. Anti-roos shampoo is bijvoorbeeld een cosmetisch product, want het reinigt het haar. Maar het heeft ook medische aspecten, want het behandelt de hoofdhuid. Op dezelfde manier kan een vochtinbrengende crème zowel verzorgende aspecten hebben als medische, anti-aging eigenschappen. Ingrediënten die veel voorkomen in cosmeceuticals bevatten hydroxyzuren zoals salicylzuur, antioxidanten zoals vitamine C en natuurlijke plantaardige producten zoals aloë vera, samen met enzymen, hormonen en plaatselijke toepassing. Ze zijn een alternatief voor plastische chirurgie die weliswaar goede resultaten beloven maar meer kosten in termen van tijd, geld en veiligheid. Omdat ze hogere concentratisch werkzame stoffen kunnen bevatten zouden ze in theorie beter kunnen werken dan cosmeticaproducten met minder werkzame ingredienten.

Geen geneesmiddel, geen bewezen werking

Omdat cosmeceuticals niet hoeven te voldoen aan de Geneesmiddelenwet hoeft er geen bewijs van de geclaimde werking overlegd te worden bij Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (Nederland) of de FDA (VS). Deze instanties beoordelen de werkzaamheid, risico's en kwaliteit van geneesmiddelen. Veel cosmeceuticals bevatten ingrediënten met alleen maar anekdotisch bewijs van de gevolgen ervan, zoals zelfevaluatie van gebruikers, maar de te verwachten resultaten worden niet gestaafd met harde, bewijsbare uitspraken op basis van wetenschappelijk onderzoek. Maar in de praktijk leggen consumenten vaak zelf de associatie tussen de werkzame ingrediënten in de crème en de vermeende resultaten. 

Zo is van de medicijn tretinoïne crème (vitamine a- zuur crème) op de huid bewezen dat het deling van de cellen van de bovenste huidlaag stimuleert, waardoor oude cellen verdwijnen. Artsen schrijven dit middel voor bij acne, rode verkleuring van neuspunt en wangen (rosacea), onregelmatige bruine vlekken (hyperpigmentatie) en bij enkele andere huidaandoeningen.
Als de fabrikant aan de consument vertelt dat crème X een hoge concentratie vitamine a-zuur bevat, dan legt de consument zelf het verband dat het product dus tegen puistjes, rosacea en pigmentatie zal werken. Maar de fabrikant zelf doet er geen harde uitspraken over. Die vertelt meestal in de reclame dat veel mensen het product geprobeerd hebben dat die mensen tevreden waren. 

Doktersmerken

Bij een cosmeticamerk dat door artsen op de markt is gebracht neem je al snel (automatisch) aan dat er werkzame stoffen met een genezende, bewezen werking aan toegevoegd zijn en dus aan cosmeceuticals. Voorbeelden hiervan zijn Dr Murad, Dr Perricone, Dr Obagi, Dr Brandt en andere doktersmerken. Toch vallen de producten van deze merken die op de consumentenmarkt verkocht worden de cosmeticawetgeving en zijn het geen geneesmiddelen.